4 manieren om je progressie bij te houden tijdens het afvallen

Hoe houd jij je progressie bij? De meest gebruikte manier is natuurlijk de weegschaal. Maar die weegschaal, dat is niet altijd je beste vriend. Het is een prima richtlijn, maar soms zie je er geen progressie terwijl je die wél maakt. En jij maar balen, omdat je denkt dat je niks vooruit bent gegaan. Vanaf nu gaan we dat anders doen! Ik houd mijn progressie op vier verschillende manieren bij en dat is geweldig.

De combinatie van deze manieren zorgt ervoor dat er altijd wel ergens progressie te zien is tijdens het afvallen. Ik vind het zelf heel demotiverend als ik denk dat ik niet vooruit ben gegaan, omdat ik niet ben afgevallen. Progressie zien werkt motiverend en dat zorgt voor nóg meer progressie! Stiekem is het niet zomaar een rijtje, maar een top 4. Nummer één is toch echt het belangrijkst.

1. Foto’s maken

Het is even doorslikken, maar die voor foto’s zijn ontzettend belangrijk voor je verdere progressie. Ik snap dat, als je nog amper begonnen bent, je niet staat te springen om foto’s te maken. In je ondergoed. En nee, je mag er niet ‘mooi’ voor poseren. Mijn advies: maak ze en stop ze ergens weg waar je ze niet constant tegenkomt. Of juist wel, als dat je motiveert. Bedenk je goed dat dit de laatste keer is dat je foto’s maakt en je er zo ongemakkelijk bij voelt. Het beste is om er drie te maken: van voren, van de zijkant en van achter. Allemaal met een neutrale houding. En ja deze foto’s zijn ontzettend confronterend. Als jij een maand later nieuwe foto’s maakt, ben je zelf verbaast van de grote verschillen. Dat weet ik zeker!

2. Je omvang opmeten

Gewicht zegt iets over hoe zwaar je bent, maar als jij je omvang opmeet dan zie je of je smaller wordt. Dat is toch veel belangrijker? Je kan dit heel uitgebreid doen of minder. Je kunt bijvoorbeeld deze plekken opmeten: schouders, borst, bovenarm, taille, heupen (breedste punt), bovenbeen en kuit. Doe dit om de week en dan kun je goed zien hoeveel je vooruit bent gegaan. Smalle taille here we come!

3. Vetpercentage meten

Heb je wel eens je vetpercentage laten opmeten? Dat zegt je misschien niet zoveel, maar als je het ‘startpunt’ weet, dan kun je heel mooi zien of dit zakt. Het meest betrouwbare resultaat krijg je met een huidplooimeting. Soms kun je dit bij een sportschool of coach laten doen. Pas op met weegschalen die een vetpercentage aangeven/berekenen, die zijn heel onbetrouwbaar. Je meet in principe de dikte van je huidplooi. De meest voorkomende huidplooimeting is een vierpunts. Dan meet je op vier punten: bicep, tricep, rug en buik. Je kunt ook per punt opschrijven wat het resultaat is. Dan kun je zien op welke plekken je vet zakt en waar je probleemzone zit.

4. Wegen

Wegen is een laatste manier. De makkelijkste, dat zeker. Je stapt er even op en klaar. Wegen wordt heel makkelijk een obsessie waar je dagelijks mee bezig bent. Het is absoluut zinloos om vaker dan één keer per week op de weegschaal te staan. En ja, als je een avond veel gegeten hebt, ben je de dag erna gegarandeerd zwaarder. Dat is vocht, geen vet. Wat ik zelf doe is één keer per week op de weegschaal staan (soms minder) en dat schrijf ik dan ergens op. Soms is mijn gewicht hetzelfde of ben ik zelfs zwaarder, maar ben ik wel in mijn omvang geslonken of is mijn vetpercentage gezakt.

Zullen we allemaal stoppen met vertrouwen op de weegschaal? Vanaf nu, heb je altijd wat extra cijfertjes achter de hand..

Photo:Freepik